In geuren en kleuren

Schrijvers over bloemen

Met een inleiding van Lien Heyting

Afrikaantjes roepen net als chrysanten, dahlia’s en anjers, op tot liefde of haat. Iets daar tussenin lijkt niet te bestaan. Van vingerhoedskruid kan een gifmengsel worden gemaakt, net als van de wortelstokken van de monnikskap. Rozen hebben, net als vele andere bloemen, al eeuwen een symbolische betekenis. Al deze bloemen hebben een ding gemeen: ze inspireren dichters en verhalenvertellers.  

Meer dan veertig schrijvers – de fine fleur van de Nederlandse literatuur – kregen de uitnodiging een verhaal, gedicht of beschouwing over een bloem te schrijven. De een over haar favoriete bloem, zoals Renate Dorrestein over de dotter. De ander, zoals Maarten ’t Hart, over de door hem meest gehate bloem: de haagwinde. De ware amateurtuinier, Simon Vinkenoog, houdt een lofzang op de clematis. De meeste schrijvers in deze bundel wroeten echter niet met hun handen in de aarde. Zij lieten zich inspireren door de eigenschappen van de bloem die hun was toebedeeld: haar schoonheid, haar geur of stank, haar giftige sappen. Hij die helemaal niet van bloemen houdt, Maarten Asscher, beschrijft de geschiedenis van de camelia. Rutger Kopland dicht over ‘de veel te mooie te gele narcissen’. Helga Ruebsamen heeft medelijden met de strelitzia en Adriaan van Dis wordt door de geranium teruggevoerd naar zijn jeugd.

Dit is geen tuinboek, geen literaire flora en geen bloemlezing uit de Nederlandse literatuur. Dit boek bevat zelfs geen illustraties. De bloemen bloeien, in geuren en kleuren, louter in de verbeelding.

'Renate Dorrstein schreef humoristisch over de dotter (...) alles en iedereen bloeit van haar op, en gaat swingen, en dat geldt ook een beetje voor deze bundel.' Financieel Dagblad

'Amusant om te lezen.' de Volkskrant

ISBN 978 90 77276 01 3
NUR 300; 420
Gebonden in linnen band, met stofomslag
240 pagina's, 135 x 210 mm.
In prijs opgeheven


Laatste wijzigingen: 11-09-2008